Nieuws
Ronald Kamps 4E Ubaan 1

Taakstraf in Harderwijk: ‘Ik weet eigenlijk niet eens wat onkruid is’

Rechtbankjournalist Ronald Kamps hoort het de rechter week in week uit zeggen: ‘Ik veroordeel u tot een werkstraf...’ Om zelf meer te weten te komen over wát zo’n vonnis precies inhoudt – en u daarover te kunnen vertellen – ondergaat hij deze zomermaanden vrijwillig een aantal taakstraffen. Vandaag deel vier van de serie Kamps doet een werkstraf.

Foto boven:Co Schaftenaar (midden) kijkt of Ronald Kamps zijn werk goed uitvoert. ,,Wanneer het zweet op de kop staat, weet ik dat het goed is.’’ © Rob Voss

Co Schaftenaar (61), buurtbeheerder leefbaarheid van woningcorporatie Uwoon in Harderwijk, probeert er wat van te maken. Zijn kantoortje ziet er meer dan leefbaar uit. Huiselijk is het woord wat ik zoek en ook vind. Achter hem hangt een foto van zijn vier kleinkinderen. In een ander lijstje heeft hij een foto van een duifje gevangen. 

Op de tafel in de zithoek staat een plantje op een blauw kleedje. Zijn bureau doet het aardig met een vaasje met roze kunstroosjes. En in de hoek pruttelt de koffie. ,,Volgens mij zit er water tussen de kan en het plaatje”, probeert cliënt Casper het probleem te tackelen. Co komt in de benen.

,,En nu wil je natuurlijk weten hoe wij bij de reclassering zijn gekomen”, zegt Co die de rol van geïnterviewde én interviewer op zich neemt. ,,Vertel”, moedig ik ’m aan.

Zwerfafval

Schaftenaar vertelt dat 16, zeg 17 jaar geleden de boel werd gerenoveerd. ,,Hier stonden flats en eengezinswoningen die niet meer voldeden.” Het plan was om de bewoners in fases te laten verhuizen, dan het boeltje te slopen en nieuwbouw te plaatsen.” Uwoon was bang voor zwerfafval, voor huizenhoog onkruid, voor wildplassers. Onleefbaar voor de laatste bewoners. Het schrikbeeld van stenen die door ruiten gaan, komt voorbij. ,,Het hoofd bewonerszaken zei: kunnen jullie de reclassering er niet bij halen? En dat hebben we dus gedaan.”

En het werkte. De werkstraffers hielden de wijk op peil. ,,Er is geen raampje gesneuveld in die tijd”, zegt Co met enige trots. ,,Pas toen de hekken er omheen gingen en de taak van de werkstraffers erop zat, werd het prijsgooien.” Schaftenaar probeert er niet om te lachen.

Oudpapier

Hij heeft zo een overleg in de wijk, het oudpapier van de flatbewoners dat in de containers zit, moet hij naar buiten rollen. ,,Af en toe kom ik langs. Kijk, wanneer het zweet bij hem op de kop staat, weet ik dat het goed is. Ik heb hier honderden cliënten gehad. Wanneer ze de vrijheid niet aankunnen, dan gaan ze terug.” 

Het gesprek gaat verder en Schaftenaar zegt dat hij wel een andere kijk op de wereld heeft gekregen. ,,Ik krijg hier mensen met een rugzakje, een beperking. Daar moeten ze hun hele leven mee doen.” Hij komt met een voorbeeld uit zijn eigen werk aanzetten. ,,Een verwaarloosde tuin”, zegt hij en wacht even tot ik het plaatje in mijn hoofd heb. ,,Ja”, zeg ik. ,,Dan kan ik als beheerder aanbellen en zeggen: doe iets aan je tuin! Je kunt ook aanbellen en vragen: wat is er aan de hand? En dan blijkt vaak dat het om veel meer gaat dan alleen dat tuintje.”

Praten is soms net zo belangrijk als de handen uit de mouwen steken, dat wil Co maar zeggen. Ook bij cliënten. ,,En de reclassering is best wel sociaal. Mensen denken dat het alleen een strafinstelling is. Het is echter meer. Je moet cliënten én straffen én je wilt ze niet meer terugzien.”

Kruiwagen

Het werk roept. Casper (31) neemt mij mee naar de berging onder een van de flats. Een hark, een schop en twee schoffels mogen mee in de rode kruiwagen. De reflecterende hesjes gaan aan. Onderaan de eerste flat stoppen we bij het groen. Struiken uitdunnen, onkruid weghalen. ,,Moet je nog dagen opnemen voor deze werkstraf?”, begin ik voorzichtig. Het hoofd van Casper schudt, de handen schoffelen. ,,Ik heb net een nieuwe baan. Ik heb het meteen bij mijn sollicitatiegesprek gezegd: ik heb 146 uur werkstraf. Ze hebben mijn contract aangepast.”

,,Heb je iets met tuinieren?”, hark ik nog even door. ,,Helemaal niks”, houdt Casper het kort. ,,Je zou mijn tuin moeten zien. Tegels. En daar komt het groen tussendoor. Maar eigenlijk maakt het mij niet uit. Ik werk. Ik ben een werker.” We vergeten het interview en we schoffelen en hakken ons een weg door het groen heen.

,,Kijk, aardbeien.” ,,Dat zijn wilde aardbeien.” ,,Kun je die eten, Casper?” ,,Ja, je kunt natuurlijk alles eten. Ik weet alleen niet wat het met je doet.”

Ik gooi het hoge woord, de hoge vraag eruit. Hoe is hij hier terecht gekomen? ,,Niet schrikken”, begint Casper. ,,Het klinkt namelijk ernstiger dan het is.” Ik leun op mijn schoffel. ,,Doodslag”, flapt hij eruit. ‘Een poging tot’, begrijp ik. 

,,Eigenlijk ben ik een vrij stille jongen. Wanneer mijn vrouw aan mijn kop zeurt, laat ik haar maar begaan. Zij heeft adhd en ik add. Begrijp je? Die dag kon ik er niet meer tegen. Ze zat te schreeuwen en te tieren. Ze haalde mijn dochter uit mijn vorige huwelijk erbij. Het was de bekende druppel. Ik heb haar, jaja, bij de keel gegrepen. Ik schrok er zelf van. Mijn vrouw heeft direct aangifte gedaan. Toen we weer rustig waren, wilde zij de aangifte intrekken. En dat kon dus niet.” 

Ik weet eigenlijk niet eens wat onkruid is. Ik maak het gewoon weer een beetje netjes

Ritalin

En daarmee hield de narigheid niet op. De politie komt er achter dat de drie (er is ook ’n baby) het hele jaar door illegaal op een camping wonen. Ze moeten daar weg. De rechter legt Casper een taakstraf plus een contactverbod op. ,,Ik woon nu op een andere camping”, gaat Casper verder. Ik zie een tuin vol tegels voor mij. 

,,Mijn vrouw en ik zien elkaar nu een paar uur per week. Humanitas is er dan bij. Ik heb gesprekken met allerlei hulpverleners, met de reclassering. Ik slik Ritalin. Wat dat betreft is het raar geregeld in Nederland. Toen het niet goed ging met mij en mijn vrouw vroeg ik om hulp. Was het wachtlijst dit, en wachtlijst dat. We kwamen nergens voor in aanmerking. En nu? Ik sta overal bovenaan. Niemand heeft het meer over een wachtlijst.”

Hij staart naar het voetpad, naar een oma die haar kleinzoon in de buggy naar de speeltuin duwt. Zij wel. De rode plastic schop van het ventje reikt tot boven zijn hoofd. Ik zie Casper zuchten en vervolgens schoffelt hij door. ,,Ik weet eigenlijk niet eens wat onkruid is”, hoor ik hem zeggen. ,,Ik maak het gewoon weer een beetje netjes.”

In verband met de privacy is de naam Casper gefingeerd.

Geplaatst op 5 augustus 2019