Het zijn mannen met een ‘niet lullen maar poetsen’-mentaliteit. Dus toen de werkstraffen opgeschort werden en ze werkloos thuis kwamen te zitten, duurde het niet lang of werkmeesters Tony en Albert vroegen zich af: wat kunnen we doen? “DJI helpen in Nieuwegein was voor ons geen optie qua reistijd, maar onze collega’s helpen bij urinecontroles, ja daar hadden we wel oren naar.” Zo gezegd zo gedaan. En nu crossen ze Noord-Nederland door en zijn tien controles op een dag en 350 kilometers op de teller geen uitzondering.

Normaal gesproken zijn Tony en Albert gehuld in een reclasseringsjas en rijden ze rond in een bus met reclasseringslogo, maar bij deze urinecontroles is de privacygevoeligheid dusdanig dat ze het busje verderop in de wijk parkeren en dan in ‘burger’ aanbellen bij de cliënt. Dan leggen ze de RUMA-marker voor de deur en doen een stap naar achter. Tony: “We zien erop toe dat de cliënt de RUMA-marker opdrinkt, kijken hem even goed in de ogen, maken een praatje. Vervolgens laten we het pakketje met daarin het bekertje voor de urine, de buisjes waar de urine ingaat, de stickertjes voor op de buisjes en de retourenvelop bij de cliënt achter, erop vertrouwende dat-ie de rest op eigen gelegenheid regelt.”
De cliënt wacht, na het innemen van de RUMA-marker, een half uur en kan dan het potje en daarmee de buisjes vullen. Door de RUMA-marker in zijn urine kan deze urine aan deze specifieke cliënt gekoppeld worden en weten ze in het laboratorium - waar ze testen op alcohol- en drugsgebruik - dat er niet mee gesjoemeld is.

Je ziet kinderen rondlopen, je ziet in welke staat die verkeren

“Als iets verdacht oogt, meld ik dat”

Je zou kunnen denken dat de heren zich veredelde pakketbezorgers voelen. Albert: “Absoluut niet. Eigenlijk is de RUMA-marker maar bijzaak. We zien het huis van de cliënt, we zien hoe de cliënt er zelf aan toe is, we zien kinderen rondlopen en in welke staat die verkeren, we zien een tuin, huisdieren. Je hebt echt een signalerende functie en die voel ik ook heel erg zo: als iets verdacht oogt of we vertrouwen het niet, dan neem ik contact op met de toezichthouder van die cliënt en informeer ik hem of haar. Dan kan de toezichthouder bepalen wat ie wil doen met die informatie.”

Positieve feedback van cliënten

Het gebied dat Tony en Albert beslaan, is verdeeld in zes clusters en beslaat het gebied van Coevorden tot Delfzijl. Albert: “Voor al deze clusters maken we een planning. Op maandag doen we cluster 1 en rijden we deze route, op dinsdag doen we cluster 4 en rijden we die route. Spoedjes tussendoor en cliënten die tóch opeens niet kunnen zorgen voor logistieke hoofdbrekens, maar we krijgen het altijd voor elkaar.” Tot vreugde van de cliënten, want die zijn heel positief. “Normaal gesproken komen cliënten naar kantoor voor urinecontroles. Sommigen hebben geen auto en moeten met het OV komen. Er zijn cliënten bij die een halve tot driekwart dag kwijt zijn om bij ons op kantoor een urinecontrole af te nemen. Die zijn blij met ons, ja.”

Wat kan straks nog wel, waarvoor moeten we iets anders verzinnen?

Toch zullen de cliënten er na de coronacrisis weer aan moeten geloven, want dan gaan Tony en Albert gewoon weer terug naar hun leest: de werkstraf. Tony: “Straks hebben we overleg met DJI hoe we de 1.5 meter-werkstraf gaan inrichten. Ook met andere opdrachtgevers als Staatsbosbeheer hebben we veel contact: wat kan straks nog wel en waarvoor moeten we iets anders verzinnen? Werkgestraften meenemen naar een werkstrafproject in het bos gaat bijvoorbeeld niet meer, want ze kunnen niet meer samen in ons busje als er 1.5 meter afstand gehouden moet worden. Dan moeten cliënten dus op eigen gelegenheid naar de locaties komen. En hoe ziet het met lunches, toiletgebruik?" Nog veel vragen die beantwoord moeten worden en waar de heren overleg over voeren.

Blij met de afwisseling

Maar voor nu? Albert: “Voor nu vind ik het een heel welkome afwisseling, dit urinecontrolewerk. Ik ben al 13 jaar werkmeester en ben gewend met groepen te werken. Nu heb ik één-op-één contact met mensen. Ik ben aan het reclasseren, maar op een heel andere manier.” Tony is het volledig eens: “Je ziet cliënten thuis, in hun natuurlijke habitat. Dat kennen wij niet. Ik vind het interessant om te zien hoe mensen wonen, je kunt vaak aan de staat van het huis al zien hoe de staat van het hoofd is.”
Toch hebben ze er allebei zin in de werkstraf straks weer op te pakken. Tony: “Ik denk dat de groepen kleiner zullen zijn, en dat je dus meer tijd hebt voor echte begeleiding. Minder focus op productie, meer focus op écht reclasseren. Een positieve ontwikkeling, als je het mij vraagt, en ik heb er zin in.”